Onterecht wordt de werkgever gezien als fabrikant van een arbeidsmiddel

Ik val maar gelijk met de deur in huis. Het is onterecht dat de werkgever uit het artikel dat ik pas tegenkwam in NVVK[1], als fabrikant wordt gezien. Het artikel, met als kop “Ineens fabrikant van een arbeidsmiddel”, ging over de rechtszaak bij de rechtbank Overijssel[2]. Het betrof een arbeidsongeval uit september 2020 met een verreiker en werkbak. Dit artikel pakte mij, zeker gezien de kop van het artikel. Want hieruit lijdt ik af dat de werkgever (gebruiker) in het kader van de Machinerichtlijn 2006/42/EG als fabrikant is.

Al lezende begreep ik waarom de schrijver voor deze titel gekozen had. Er was een werkbak zonder CE-markering gemonteerd op een verreiker en er was geen samenbouwverklaring afgegeven. E.e.a. in overeenstemming met de uitspraak van de rechtbank. Al lezend ontdekte ik dat zowel dit artikel als de uitspraak van de rechtbank te kort door de bocht waren. Want is hier wel sprake was van een samenstel van machines en dus van de noodzaak van een samenbouwverklaring? Of is er hier sprake van een verreiker met een uitrustingsstuk (werkbak)?

Ik ben van mening dat hier sprake is van een verreiker die men had moeten uitvoeren met een geschikte werkbak. Bij deze benadering moet er sprake zijn van zijn van een EG-Verklaring van Overeenstemming en een CE-markering. Voor zowel de verreiker als voor de werkbak, maar er is geen noodzaak voor een samenbouwverklaring. Dat de werkgever op tal van andere punten inzake de Arbeidsomstandighedenwetgeving tekort geschoten is, is zeker duidelijk.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het geen makkelijke casus is. Ik moest een aantal details, op grond van mijn 30-jarige ervaring als Senior CE-Specialist, nog eens goed op een rijtje zetten. Ik wil in dit artikel uitvoerig ingaan op deze casus.

Waar gaat deze rechtszaak uiteindelijk over?

Op 10 september 2020 heeft er op een bouwplaats in Harderwijk een ernstig bedrijfsongeval plaatsgevonden. Een verreiker met een werkbak is omgevallen tijdens het monteren van gevelbeplating. In de werkbak stonden drie werknemers om gevelbeplating te monteren. De werknemers hebben alle drie ernstige verwondingen opgelopen en hebben alle drie enige tijd in het ziekenhuis gelegen.

De werkbak had geen CE-markering en er was geen samenbouwverklaring voor deze combinatie. Deze was door de fabrikant wel afgegeven voor de werkbak die meegeleverd was met verreiker.

De gebruikte werkbak kon men uitklappen in de breedte, waardoor het werkoppervlak twee keer zo groot kon worden. De werkbak was ook voorzien van een draaikrans, waardoor de bak ook 180° van links naar rechts kon zwenken. Tevens had men aan de leuning van de werkbak twee houten balken bevestigd, waarop de gevelplaten konden liggen. Men had op de verreiker de schakelaar ‘hoogwerker ’ niet aangezet. Ook bleek de werkbak wel hydraulisch, maar niet elektrisch aangesloten te zijn.

Als de werkbak ook elektrisch aangesloten was geweest, dan zou de verreiker wel als hoogwerker hebben gefunctioneerd. Hierbij zou dan een veiligheidsmarge in werking zijn getreden. De capaciteit van de verreiker wordt dan gereduceerd tot de helft van de normale capaciteit. Er zouden veiligheidsvoorzieningen in werking zijn getreden met betrekking tot het werkbakgewicht, de overbelasting en de scheefstand.

De verdediging gaf aan dat de mogelijke oorzaak van het omvallen van de verreiker een toenemend drukverlies in de rechterachterband kon zijn. Volgens de verdediging hadden de medewerkers de leeglopende achterband moeten signaleren en hierop adequaat moeten reageren.

Tijdens de rechtszitting bleek dat zowel de KAM-coördinator, de bestuurder en de slachtoffers niet bekend waren met de gebruiksaanwijzing van de verreiker. Zij wisten dus niet dat er een ‘hoogwerkerstand’ aanwezig was. Daarom oordeelde de rechtbank dat er gewerkt werd met een verreiker met werkbak alsof het een hoogwerker was. Zonder dat deze functioneerde als hoogwerker.

De uitspraak

De uitspraak in deze zaak was op 6 april 2023. In de inhoudsindicatie staat dat de verreiker voorzien was van een werkbak zonder CE-markering. Verderop in de uitspraak wordt duidelijk dat de werkbak van het merk De Lille was, type AP57G. De verreiker is van fabrikant Merlo, type P40.17 en was voorzien van een CE-certificaat.

In deze zaak betreft het volgens de uitspraak een samenstel van een machine met een werkbak, waarbij het Warenwetbesluit Machines[3] van toepassing is. Een samenbouwverklaring zou noodzakelijk zijn. Het viel mij vooral op dat de gehele tenlastelegging en de uiteindelijke uitspraak bijna volledig gebaseerd zijn op de Arbeidsomstandighedenwet en -besluit. Er wordt slechts kort ingegaan op het Warenwetbesluit Machines.

Men wijst vooral op het ontbreken van een samenbouwverklaring voor de verreiker met de gebruikte werkbak. In de uitspraak gaat men ook in op het feit dat arbeidsmiddelen moeten voldoen aan hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit[4] en het Warenwetbesluit Machines.

Uiteindelijk is het bedrijf veroordeeld tot een geldboete van € 60.000,- waarvan € 30.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Het artikel

In het artikel valt te lezen dat de verreiker voorzien was van een andere werkbak (die dus niet CE-gemarkeerd was (conform de uitspraak)) en dat de werkgever (gebruiker) de verreiker voorzien had van deze werkbak. Hierdoor zou een samengesteld arbeidsmiddel zijn ontstaan, dat niet aan de eisen voldoet. De werkgever zou feitelijk in de rol van fabrikant zijn gestapt. Dus zou hij verantwoordelijk zijn om de nieuwe grenzen van het gebruik vast te leggen. Ook had hij een nieuwe risicoanalyse, een gebruikersinstructie en een nieuw Constructiedossier moeten opstellen. Het artikel verwijst naar de Warenwetbesluiten en hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Maar veel lezers zullen het met mij eens zijn: een verreiker is juist bedoeld om te koppelen met allerlei uitrustingsstukken. Een verreiker kan immers ingezet worden voor allerlei werkzaamheden in de bouw of op de boerderij. Hierbij heeft de gebruiker de mogelijkheid om verschillende aanbouwdelen te monteren. Denk aan vorken, klemmen, schepbakken, etc. We spreken dan over voorzet- of aanbouwdelen (uitrustingstukken). Hier is er geen sprake van een samenstel en dus ook geen samenbouwverklaring nodig is.

Zowel het artikel als de uitspraak van de rechtszaak geven aan dat niet was voldaan aan artikelen van de Arbeidsomstandighedenwet. Te weten artikel 3 lid 1, artikel 5 lid 1 en 3, artikel 8 lid 1 en 4. Tevens was er ook niet voldaan aan de volgende artikelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 7.2. lid 1, artikel 7.3 lid 2, artikel 7.4. lid 3 en artikel 7.18 lid 3. Ik ga i.v.m. de lengte van dit artikel niet in op de inhoud van deze artikelen. Lees ze vooral na als je er interesse in hebt. En ik ben het met de rechter eens. De medewerkers waren slecht geïnstrueerd en niet volledig op de hoogte van de mogelijkheden van de verreiker met de werkbak. Hierin is de werkgever dan ook duidelijk te kort geschoten[5].

Samenbouwverklaring

Wel wil ik nog uitleggen waarom er volgens mij geen verplichting is voor een samenbouwverklaring. Wanneer is die verplichting er wel in het kader van de Machinerichtlijn 2006/42/EG? Dit kunnen we lezen in artikel 2 lid a.

Als meerdere machines samengesteld worden als één machine (lees productielijn) die voldoet aan alle criteria van een samenstel[6] dan moet er ook sprake zijn van een EG-Verklaring van Overeenstemming voor het samenstel. Men zou hier kunnen spreken van een samenbouwverklaring. Volgens de Gids voor toepassing van de Machinerichtlijn 2006/42/EG heeft men dan te maken met de volgende drie criteria:

  1. de samenstellende eenheden worden samengevoegd om een gemeenschappelijke functie te vervullen, bijvoorbeeld de totstandbrenging van een bepaald product;
  2. de samenstellende eenheden zijn functioneel zodanig verbonden dat de werking van elke eenheid rechtstreeks van invloed is op de werking van andere eenheden of van het samenstel als geheel, zodat een risicobeoordeling nodig is voor het hele samenstel;
  3. de samenstellende eenheden hebben een gemeenschappelijk besturingssysteem

In principe moeten we hier concluderen dat voldaan is aan alle drie de criteria. Dus is er sprake van een samenstel. Echter, zoals zo vaak bij wetgeving moeten we verder lezen. Het kan zijn dat we te maken hebben met een andere situatie. Dat is hier dan ook het geval.

Geen samenstel, maar een basismachine met een uitrustingsstuk

Er wordt bij de definitie van een machine ook gesproken over het feit dat er verwisselbare uitrustingsstukken[7] zijn, die de functie van een machine wijzigen.

De Gids voor toepassing van de Machinerichtlijn 2006/42/EG stelt het volgende over uitrustingsstukken in paragraaf 41:

“Een of meer verwisselbare uitrustingsstukken kunnen worden geleverd door de machinefabrikant, samen met de basismachine, of door een andere fabrikant. In beide gevallen moet elk verwisselbaar uitrustingsstuk worden beschouwd als een apart product en vergezeld gaan van een aparte EG-verklaring van overeenstemming, zijn voorzien van de CE-markering en geleverd worden met een

eigen montagehandleiding.”

“Verwisselbare uitrustingsstukken kunnen in de handel worden gebracht door de fabrikant van de basismachine of door een andere fabrikant. In beide gevallen moet de fabrikant van de verwisselbare uitrustingsstukken in zijn gebruiksaanwijzing de machines specificeren waarmee zij veilig kunnen worden samengesteld en gebruikt, middels verwijzing naar hetzij de technische kenmerken van de machines, hetzij, indien nodig, naar bepaalde machinemodellen. Voorts moet hij de benodigde handleiding verstrekken om de verwisselbare uitrustingsstukken veilig te kunnen monteren en gebruiken.”

De fabrikant van de verwisselbare uitrustingsstukken moet ervoor zorgen dat de combinatie van de verwisselbare uitrustingsstukken en de basismachine waarvoor die bestemd zijn, voldoet aan alle betrokken essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage I. Daarnaast moet hij de betreffende overeenstemmingsbeoordelingsprocedure uitvoeren.”

Voor veel uitrustingstukken is dit van toepassing. De fabrikant van de verwisselbare uitrustingstukken is verantwoordelijk voor de geschiktheid van de uitrustingsstukken voor de basismachine. De fabrikant moet een EG-Verklaring van Overeenstemming afgeven en het uitrustingsstuk voorzien van een CE-markering. Hij moet in zijn documentatie aangegeven voor welke basismachines zijn uitrustingstukken geschikt zijn en binnen welke grenzen. Hier gaat het echt niet alleen maar over aankoppelen van simpele uitrustingstukken. Er zijn diverse uitrustingsstukken die ook hydraulisch en/of elektrisch aangesloten moeten worden op een machine of tractor. Denk maar eens aan pomptankwagen met bemester die aan een tractor gekoppeld worden.

Maar ook hier moeten we weer verder lezen. Want door het koppelen van een werkbak aan een verreiker wijzigt de functie van de verreiker in een hoogwerker. Normaal is een verreiker bedoeld voor het verplaatsen van goederen. Door het toepassen van een werkbak is er opeens sprake van het heffen van personen. Omdat de functie van de basismachine (verreiker) is gewijzigd in ‘hoogwerker’, hebben we hier te maken met een ander aspect. Namelijk dat de combinatie van een verreiker met een werkbak valt onder de Bijlage IV[8] van de Machinerichtlijn 2006/42/EG. In paragraaf 41 van de Gids voor toepassing van de Machinerichtlijn 2006/42/EG komen we hierover een essentieel stukje tegen, waar we bij deze casus rekening moeten houden.

“Opgemerkt moet worden dat de montage van verwisselbare uitrustingsstukken op de basismachine tot gevolg kan hebben dat een combinatie ontstaat die behoort tot een van de machinecategorieën in bijlage IV (Lijst met gevaarlijke machines). Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een steunconstructie wordt gemonteerd op een met de hand vastgehouden houtbewerkingsmachine om er een vaste machine van te maken, zoals een cirkelzaagbank of een freesmachine met verticale as, of als een werkbak wordt gemonteerd op een hefmachine om die geschikt te maken voor het heffen van personen. In die gevallen moet de fabrikant van de verwisselbare uitrustingsstukken een risicobeoordeling uitvoeren voor de combinatie van de verwisselbare uitrustingsstukken en de basismachine en een van de procedures voor overeenstemmingsbeoordeling voor machines volgens bijlage IV uitvoeren.

De overeenstemmingsbeoordeling moet waarborgen dat het samenstel van de verwisselbare uitrustingsstukken en het type of de types basismachine waarvoor zij bestemd zijn, voldoet aan alle betrokken essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage I. De vereiste informatie in verband met de overeenstemmingsbeoordeling van de combinatie van de verwisselbare uitrustingsstukken en de basismachine moet worden vermeld in de EG-verklaring van overeenstemming voor de verwisselbare uitrustingsstukken. De gebruiksaanwijzing voor de verwisselbare uitrustingsstukken moet tevens het type of de types basismachine specificeren waarvoor zij bestemd zijn, en de benodigde montagehandleiding bevatten”.

Waarvan was hier sprake?

Er is gebruikt gemaakt van een verreiker van het Merk Merlo P40.17 en een werkbak van het merk De Lille NV type AP57G. De fabrikant Merlo is een Italiaanse fabrikant van verreikers. Zij hebben zelf ook allerlei Merlo aanbouwdelen voor de verreiker in hun programma heeft. Tijdens een kort onderzoek kwam ik tot de ontdekking dat de firma de Lille NV gevestigd is België. Op internet te vinden als Merlo Benelux. Dus het is aannemelijk dat de Merlo verreiker daar gekocht is of bij één van hun dealers. Omdat de werkbak van het merk De Lille is, mogen we aannemen dat zij deze zelf hebben gebouwd in plaats van deze te bestellen bij de firma Merlo. Misschien was het wel een specifieke werkbak die niet te verkrijgen was uit het standaard programma werkbakken van Merlo, wie weet?

Echter, dat doet helemaal niets ter zake. Uiteindelijk kunnen we alleen maar concluderen dat zowel de verreiker als de werkbak geleverd hadden moeten worden met een EG-Verklaring van Overeenstemming. Ook hadden beiden voorzien moeten zijn van een typeplaat en een CE-markering. De firma de Lille moet zeer bekend zijn met de specificaties en de mogelijkheden van de Merlo. Hun werkbak had hier volledig op afgestemd moeten zijn. Zij hadden ook moeten voorzien in de juiste certificeringsprocedure. Jammer genoeg worden zij in de uitspraak wel als de fabrikant van de werkbak genoemd, maar staat er niet dat zij tekort geschoten zijn.

Conclusie

Men had hier niet moeten spreken van een samenbouwverklaring. Men had moeten aangeven dat de fabrikant van de werkbak een EG-Verklaring van Overeenstemming had moeten afgeven. Daarnaast had de werkbak voorzien moeten zijn van een CE-markering, nadat de gehele certificeringsprocedure was doorlopen. In de gebruiksaanwijzing van de werkbak had moeten staan voor welke basismachine(s) de werkbak geschikt was.

Stellen dat de gebruiker opeens fabrikant van een arbeidsmiddel is, is volgens mij onjuist. Misschien heeft de gebruiker (werkgever) in goed vertrouwen deze werkbak gekocht. Heeft hij er op vertrouwd dat de fabrikant met alle veiligheidsaspecten rekening gehouden had. Het was duidelijker geweest als dit in de uitspraak van de rechtbank ook vastgelegd was. De werkgever had moeten checken of de werkbak geleverd was met een EG-Verklaring van Overeenstemming en een CE-markering (Artikel 7.2. Arbeidsmiddelen met een CE-markering).

Nu rest de hamvraag: is dit hem verwijtbaar? Op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit wel. Alleen worden we hier dan weer met de praktijk geconfronteerd: heel veel bedrijven hebben te weinig kennis in huis van de wetgeving rond machines en de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Daarom mijn tip: volg eens een training Machineveiligheid of laat je infomeren door experts op het gebied van machineveiligheid.

Gebruikte literatuur:

  1. Volledige tekst uitspraak Rechtbank Overijssel van 06-04-2023 met nummer ECLI:NL:RBOVE:2023:1241
  2. Artikel NVVK info nummer 2-2023: ‘Ineens ‘fabrikant’ van een arbeidsmiddel van Tiemen van der Worp.
  3. Gids voor toepassing van de Machinerichtlijn 2006/42/EG.

[1] info nummer 2/2023

[2] met kenmerk ECLI:NL:RBOVE:2023:1241

[3] Het Warenwetbesluit Machines is gebaseerd op de Europese Machinerichtlijn 2006/42/EG.

[4] Hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is gebaseerd op de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen 2009/104/EG. In artikel 7.2. lid 1 staat duidelijk dat een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld arbeidsmiddel moet voldoen aan de op dat arbeidsmiddel van toepassing zijnde Warenwetbesluiten

[5] Wel wil ik bij opmerken dat mij in de praktijk opvalt hoe slecht werkgevers en medewerkers op de hoogte zijn van de verplichtingen zoals deze vastgelegd zijn in onze Arbeidsomstandighedenwetgeving.  

[6] In artikel 2 lid a van de Machinerichtlijn 2006/42/EG staat het volgende: Onder een machine wordt ook verstaan samenstellen van machines als bedoeld onder het eerste, tweede en derde streepje, en/of niet voltooide machines als bedoeld onder g) die, teneinde tot hetzelfde resultaat te komen, zodanig zijn opgesteld en worden bestuurd dat zij als één geheel functioneren;

[7] Artikel 2 lid b van de Machinerichtlijn 2006/42/EG beschrijft het volgende: verwisselbaar uitrustingsstuk: een inrichting die na inbedrijfstelling van een machine of trekker door de bediener zelf hieraan wordt gekoppeld om deze een andere of bijkomende functie te geven, voor zover dit uitrustingsstuk geen gereedschap is

[8] In de bijlage IV van de Machinerichtlijn 2006/42/EG worden de machines genoemd waarbij volgens artikel 12 van de Machinerichtlijn 2006/42/EG er sprake moet zijn van een bepaalde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure.

Ons laatste nieuws

Zoek